Oslo, 2012 — verstilling in een digitale wereld
We keren terug naar het heden, naar hetzelfde jaar waarin dit programma begon: 2012. Maar waar Chasing my Tail rende, staat Chorale stil. Dit korte pianowerk van de Noorse componist Ola Gjeilo verscheen op zijn album Piano Improvisations.
Gjeilo nam dat album op in de Sofienbergkerk in Oslo, en die ruimte hoor je. De kerkakoestiek geeft de muziek een wijde, serene, bijna zwevende klank — die typisch Scandinavische helderheid, weids en een tikje melancholisch, als een winters landschap onder een hoge hemel.
Chorale is een kind van zijn tijd, net zo goed als Chasing my Tail dat is — maar het toont de andere kant van diezelfde medaille. De vroege jaren tien waren niet alleen het tijdperk van toenemende snelheid en digitale drukte; het waren ook de jaren waarin daartegen een tegenbeweging opkwam. Een groeiende behoefte aan onthaasting, aan stilte, aan bezinning. In de muziek brak juist toen het neoklassieke minimalisme door — componisten als Einaudi, Richter en Beving — meditatieve, ingetogen, filmische muziek die de luisteraar een moment van rust gunt.
Daar hoort Gjeilo helemaal bij. Chorale doet wat de naam belooft: het heeft de rust en de gewijde eenvoud van een koraal, een gedragen melodie boven een warme harmonische bedding. Geen vertoon, geen haast — alleen klank die ruimte maakt.
Zo vormen de twee stukken uit 2012 samen een tweeluik. Norton geeft het Britse antwoord op de moderne tijd: extravert, ritmisch, vol vaart. Gjeilo geeft het Scandinavische: introspectief, verstild, naar binnen gekeerd. Twee gezichten van dezelfde eeuw.
Laat dit het moment van de avond zijn waarop u even helemaal tot rust komt — adempauze tussen alle verhalen door.