Parijs, 1861 — Franse satire onder Napoleon III
We sluiten af in Parijs, met een schaterlach. Pédro possède une guitare komt uit Monsieur Choufleuri restera chez lui le…, een operette die Jacques Offenbach in 1861 schreef. Het stuk ging in première in de salons van het Palais Bourbon, ten overstaan van de Parijse politieke en culturele elite.
Offenbach was de onbetwiste koning van de Franse operette. En de tijd waarin hij werkte — het Tweede Keizerrijk van Napoleon III — leende zich daar volmaakt voor. Het was een tijdperk van uiterlijke schijn, van snobisme, van nieuwe rijken die met snel vergaard fortuin indruk probeerden te maken op de high society. Een wereld die om satire vroeg, en Offenbach gaf die met smaak.
Monsieur Choufleuri drijft de spot met precies zo’n man: een rijke burger, Choufleuri, die zich wanhopig graag wil omringen met cultuur en aanzien. Hij wil een mondaine muzieksalon geven met beroemde Italiaanse zangers — maar die laten hem in de steek. Om zijn eer te redden moeten zijn dochter en haar geliefde zich noodgedwongen voordoen als de gevierde sterren.
In dit nummer parodieert Offenbach de Spaanse en Italiaanse muziekrages die destijds razend populair waren in de Parijse theaters — de bolero, de zwoele zuidelijke romance. Het is een hilarische, overdreven theatrale imitatie: muziek die met een brede knipoog doet alsof, en die juist in dat overdrijven haar humor vindt. Schijn die zichzelf op de hak neemt.
Het is de perfecte afsluiter. Na de reis door vier eeuwen, langs verlangen, verdriet, bezinning en oprechte liefde, eindigt deze avond zoals een feest hoort te eindigen: licht, vrolijk en met een lach.