Venetië, 1624 — de geboorte van de barok
Nu reizen we het verst terug van allemaal: naar Venetië, 1624. Si dolce e’l tormento van Claudio Monteverdi is het oudste werk op dit programma, en het markeert niets minder dan de geboorte van de barokmuziek.
Monteverdi was in die jaren kapelmeester van de San Marco-basiliek, de meest prestigieuze muzikale post van het rijke, artistieke Venetië — een stad die leefde van handel, schoonheid en theater. Vanuit die positie veranderde hij de loop van de westerse muziek.
Tot dan toe was zang vooral kunstige veelstemmigheid geweest, ingewikkeld geweven lijnen waarin de woorden bijna verdwenen. Monteverdi brak daarmee. Hij verdedigde wat hij de seconda pratica noemde: de muziek moet de tekst dienen, en bovenal de emotie. Niet het vernuft staat centraal, maar de menselijke ziel — haar vreugde, haar pijn, haar verlangen.
Si dolce e’l tormento belichaamt dat volmaakt. De titel laat zich vertalen als “zo zoet is de kwelling”. Het is het lied van iemand die wordt afgewezen en toch niet loslaat — die lijdt om een liefde die niets teruggeeft, en in dat lijden een bittere zoetheid vindt. Trouw blijven aan een pijn die geen toekomst heeft.
Het is een door en door barok thema: liefde en lijden onlosmakelijk verstrengeld, het ene niet te denken zonder het andere. En de muziek doet precies wat Monteverdi predikte — zij dient die emotie, kleurt elk woord, draagt de klacht zonder opsmuk.
Vierhonderd jaar oud, en nog altijd recht uit het hart. Tussen de uitbundige stukken van deze avond is dit het moment van ingehouden, intense ernst — bewijs dat de mens al vier eeuwen lang dezelfde dingen voelt, en er al vier eeuwen lang dezelfde schoonheid uit put.